Rozendaalweg

Rozendaalweg
ECHELPOELHOEVE, Rozendaalweg: landelijk / mooi / historisch, foto: H. Vermeir

vrijdag 19 januari 2018

Groot-Brittannië: Dorset Dorchester PiddletrenThide aquarel Harold SHEILD



AQUARELS van Harold SHEILD


Het zicht naar beneden langs "Gold Hill" toont St.-Jameskerk.
Shaftesbury ontwikkelde zich van de Saksiche heuvel en is omringd door een middeleeuwse muur.
Het stadje bezit twee te bezoeken musea.




PIDDLETRENTHIDE - DORSET

Het dorp Piddletrenthide ("Upper Longpuddle" in Thomas Hardy's boeken) ligt een "mijl" te noorden van Dorchester in de Piddle vallei. de tekening toont de Allerheiligenkerk met de westtoren. De Piddle(rivier) loopt onder het bruggetje door op de voorgrond.



DORCHESTER  - DORSET

Dorchester is de streekhoofdplaats van Dorset.
Het kwam al voor in de voor-Romeinse tijd.
Het dorp werd vermeld in het boek "Casterbridge" van Thomas Hardy, die hier waarschijnlijk woonde. 
Het aquarel toont de straat "High West".




zaterdag 6 januari 2018

* Driekoningen. "Geef mij nen nieuwen hoed, mijn vader telde het geld op de rooster!!!" *






"Aanbidding van de Koningen", uit het archief van van het Keulse broederschap van de "Driekoningen". Midden 13de eeuw, Kestner-Museum Hannover.


Driekoningen zingen:

Driekoningen, Driekoningen,
Geef mij 'n nieuwen hoed,
M'ne oude is versleten,
Ons moeder mag 't nie weten,
Ons vader heeft het geld,
Op de rooster geteld.

Gezongen te Mechelen.
Dezelfde versie kwam voor in Duffel,
behalve de laatste lijn:

Met de duiven verspeld.


Felix Timmermans verving, de koningen, de wijzen uit het oosten, in  "Waar de sterre bleef stille staan" door:
Suskewiet, een schaapherder,
Pitje Vogel, een palingvissser,
en Schrobberbeek, een bedelaar.

Felix haalde zijn inspiratie bij het Lierse volk en het Driekoningen zingen van de kinderen.

zondag 24 december 2017

*** KERSTMIS : "Bij de Kribbe van Bethlehem" ***




Uit: "Zonneland", 28ste jaar, nr. 51, 1,25 fr., 21 dec. 1947,  blz. 807.

HET KERSTSTRO

Omdat Jezus zelf bij zijn geboorte op stro had gelegen, legden ook  onze voorouders zich op Kerstavond, in afwachting van de middernachtmis, te rusten op wat stro, dat in de huiskamer over de vloer was uitgestrooid. Dit heeft het langst bestaan in Finland, Stiermarken en het Erzgebergte.

Dit christelijke gebruik legt men ook nog als volgt uit: "Het stro zou het stro zijn van de laatste garve , waarin bij het einde van de oogst, de vruchtbaarheidsdemon was gevlucht.".
Op  midwinterdag bracht men dit stro in contact  met mensen, dieren en dingen om de vruchtbaarheid over te dragen, voor het komende nieuwe zonnejaar. Daarom spreidde men dit stro niet enkel uit waar men er kon op slapen maar vooral onder de tafel, die men het volledige komende jaar, bedekt, hoopte te zien met overvloed aan eten en drank.

Toen bevonden ze zich  in een cyclische landbouwmaatschappij waarin het christelijk denken nog doordrenkt was van voor-christelijke elementen. Het eten  voor de gewone mensen was schaars was en weinig gevarieerd.

donderdag 21 december 2017

Zalig Kerstfeest Gelukkig Nieuwjaar 2017 - 2018



Kerst- en Nieuwjaarswens

Een Zalig Kerstfeest

Een Vruchtbaar en Gezond levensjaar 2018 !


Anoniem, Nieuwjaarswens van de Antwerpse speelmannen / trommelaars, houtsnede, 265 x 200, Antwerpen, Stedelijk Prentenkabinet, cat III/ON.II5
Lit.: Brussel, 1991, nr.67

“Hans, Hans, Nieuwejaar,
Ik zou zo gere op de lappen gaan,
Ik wens ‘ne zalige Nieuwjaar!”

Liedje gezongen te Rijkevorsel  bij het rondgaan op Nieuwjaar.

Vanwege


Harry VERMEIR en José TONNOEYR

zondag 17 december 2017

* Raadsel met Knipsel van J. de Jong-Brouwer - volkskunst *





Knipsel van mevrouw J. de Jong - Brouwer
In het midden een pot met bloemen, een levensboom...
Daarnaast twee vraagtekens, die aansluiten bij het thema.

" Zeg mij, wat is de koning,
  De Koning zonder land?
  Zeg mij, wat is het water,
  Het water zonder zand?
 Zeg mij, wat is de spiegel,
  De spiegel zonder glas?
  Zeg mij, wat is de sleutel,
  Die op alle 'sloje' past?
  
 De Koning van de speelkaart
  Is de koning zonder land.
  Het water uit mijn ogen
  Is het water zonder zand.
  Het hart dat is de spiegel,
  De spiegel zonder glas.
  Het geld dat is de sleutel,
  Die op alle 'sloje' past. "

Katwijk aan Zee,
kerndeel van " Het Soldaatje van Wenen".

Bron: Tjaard W.R. de Haan, "Onze Volksrijmen", Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1978, met knipsels  van mevrouw J. de Jong - Brouwer, p.146/156

vrijdag 8 december 2017

*** WINTER .."Het vroor en het sneeuwde en het miek er zo koud" - Brueghel *** Taal en Beeld



KINDERSNEEUWLIEDJE

" Dezeken schudde zijn beddeken uit
  Ende laat de pluimkens vliegen.
  De pluimkens tuimelen zonder geluid,
  Ze draaien en waaien en wiegen.
  Schud maar "Dezeken", schud maar uit, 
  Schud maar uw beddeken uit." (1)(p.411)

Het is  alsof "Dezeken" ( een jongen),  zijn bed uitschudt.
In het Dendermondse is een "Dezeken" een wat achterlijke, vrome, volgzame  jongen.
In het Lebbeeks "diezekken": verlegen, bedeesd persoon.(6)(p.32)
Hier wordt Jezus bedoeld.

Herinnering aan de oude heidense voorstelling van Vrouw Holle.


ZESTIENDE EEUW
In de 14-de eeuw kenden we twee periodes met lage gemiddelde temperaturen.
Ook in latere eeuwen waren er geregeld jaren, perioden met vriesperioden.
De vorming van ijs op de rivieren en een witte vacht op het land was daarvan het gevolg.
Die schoonheid was aanvankelijk niet terug te vinden op schilderijen.
Pieter Brueghel zag het aantrekkelijke ervan in en penseelde dan maar een aantal landschappen die school zouden maken:
" Schaatsenrijders bij de St.-Jorispoort te Antwerpen" (1533)
"De jagers in de sneeuw" (1565)
"Winterlandschap met schaatsers en vogelval" (1565)
"De kindermoord te Bethlehem" (1565-'66)
"De plundering van een dorp" (1565-'66)
"De volkstelling in Bethlehem" (het betalen van de belasting) (1566)
"De dronkaard vergezeld  van zijn familie" (1566)
"De aanbidding van de wijzen in de sneeuw" (1567)


"De dronkaard vergezeld  van zijn familie" (1566)

Een doedelzakspeler  (de jongen links draagt zijn doedelzak) wordt door zijn vrouw weggetrokken van een groep ruziemakende boeren bij de deur van de herberg.
De compositie is bekend van een aantal kopieën, waarvan de beste die van Pieter Brueghel de Jonge (Brussel 1564- Antwerpen 1638) is.
De doedelzak een symbool van lust. De kale bomen geven en de sneeuw op de daken geven een beeld van de winter. De rivier die door het dorp stroomt is bevroren; er loopt iem. over met een takkenbos. Onder de besneeuwde kar scharrelen kippen. In het water rechts een gevlochten mand die een wak moet openhouden om water te scheppen voor de mens of voor de dieren.
De kunstenaar bekeek het in vogelperspectief, zodat de horizon hoog kwam te liggen en we daardoor een beperkte inkijk krijgen in de verte.
De prent komt uit het veilingboek van SOTHEBY'S "Old Master Paintings", Londen, 7.12.1988  p.43.

ZEVENTIENDE EEUW


Pieter(?) Wouwerman (Haarlem 1623 - Amsterdam 1683), "Winterse Soldatenroof",  in: "Tableaux  Flamands et Hollandais", door Hans Buijs en Maria van Berge-Gerbaud, Parijs/Lyon, 1991,  p.163.


ACHTTIENDE EEUW


Uit de omgeving van Karel Beschey (Antwerpen 1706 - id. 1770), "Winters dorp met schaatsende mensen op een bevroren rivier",  waarde in 1988: € 30.000 - 40.000) 
De prent komt van Wikipedia.
Ook hier kale bomen, besneeuwde daken en een besneeuwd landschap. De horizon ligt op1/3 van de bovenrand, waardoor we een verre kijk in het landschap krijgen.  Links vooraan jagers, schaatsers op het ijs en wandelaars op het ijs en op het land. Een wagen met twee paarden vervoert een aantal mensen. Bij de gebouwen zijn er twee kerken of de tweede toren links midden kan ook wijzen op een versterkte plaats.

NEGENTIENDE EEUW 


Hier heeft men ijs GESCHILDERD. 
De winter wordt weergegeven met verfijnde middelen om de kunst des te beter te verkopen. Alle elementen zijn  aanwezig: een kale boom, een slee waarop een vrachtje ligt, een schaatsende jager, de windmolen en nog verder weg het dorp en  mensen die de bevroren waterweg al schaatsend gebruiken om ergens naartoe te gaan. Daarnaast het karig besneeuwde huis met ervoor twee kale bomen. Rechts onder de horizon is er iets te beleven. De horizon is laag gehouden om de winterse sfeer van de lucht te kunnen benadrukken.

TWINTIGSTE EEUW 


 "Wandelen over de Schelde" , 1947. Toen moet het een hele periode stevig gevroren hebben.

EENENTWINTIGSTE EEUW 


"Vijver", kasteel van Malle, 2012. Foto: © H.F.E. Vermeir 



WEERSPERIKELEN

Bij het doorbladeren  van de oude jaargangen  van de voormalige "Gazet van Mechelen" (archief Mechelen) is er een merkwaardig overzicht over het weer van de zeven voorbije eeuwen, met de belangrijkste natuurrampen en   weersperikelen.  Hierbij vermelden we daaruit elementen die betrekking kunnen hebben op de voorbije winters van die periode. we legden er de weerstudie naast van F. YNSEN VAN 1942. (2)
Ook aangevuld door eigen notities en waarnemingen.

1421 - Sint-Elisabethvloed (10.000) slachtoffers.
1517 - Het vroor onophoudend van begin december tot half februari.
1548 - Op tweede Paasdag  reed men per slee door de onder gesneeuwde stad(Mechelen). Het zal een vroege Pasen geweest zijn.
1561 - Het vroor in het Mechelse(Brabant) 14 weken lang. F. Ynsen vermeld daar een koude periode.
1709 - Het vroor van begin januari tot einde april waardoor de Schelde, Dijle, Rupel, enz.  toevroren en men er met sleden en karren op reed.
1740 - Het vroor van 4 januari tot 12 maart. Op 2 mei begon het geweldig te sneeuwen in juni waren er nog geen bladeren aan de bomen en het groen op de velden was schaars. Ynsen vermeldt hier temperaturen beneden gemiddeld.
1755 - Van voor Kerstmis tot einde maart vroor het stenen dik. In de zomer regende het weken na één  zodat het graan op het veld waardeloos werd.
1758 - Ook in dit jaar was de Schelde dichtgevroren. Het was een late winter want de ijspret startte op 15  maart.                                        
1776 - In dat jaar heerste er zo'n een strenge koude dat het Mechelse stadsbestuur door de belleman liet omroepen  dat iedereen zich kon gaan warmen  in de stadszaal tussen 7 en 19 uur.
1830 - Een strenge winter. op 9 jan. dooit het overdag en vallen regen- en hagelbuien bij sterke wind.
1838 en 1838 - liet een strenge en lange winter zien. C. Busken Huet schrijft er over in zijn proza:"De kleine schaatsenrijder". (3)(p.282)
2017 - Op za. 9.12 gingen we te St.-Amands naar de begrafenis van Karel van den Bossche. Toen lag er op de plassen een stevige laag ijs, waar men wel kon doortrappen. Op 10.12 gingen we 's avonds naar een kerstconcert in Mechelen in St.-Pieter. Het concert was prachtig maar in de kerk was het heel koud, hoewel de verwarming aan was.
Te Sint-Katelijne-Waver: 11.12,  het begon 's morgens te sneeuwen; een laag van een 10 cm dik; in de late namiddag was die weggesmolten. België kende op 11.12.2017 de grootste verkeerschaos van alle tijden, 1300 km file. Op die dag  12.12: toen wij, mijn vrouw en ik rond 9u15 wakker werden was het hevig aan het sneeuwen. Om 12 uur stopte het met sneeuwen. Er lag ca. 10 cm sneeuw. Op 13.12.2017 zette de algemene dooi door.

VOLKSWEERKUNDE

- Als de koffie in de molen blijft hangen,
  zit er vorst in de lucht.
- December  veranderlijk en zacht geeft een winter daar men mee lacht.
- Een witte Kerstmis maakt een groene Pasen.
- Een groene Kerstmis maakt een witte Pasen.
- Vliegen op Kerstdag de muggen rond,
   dan dekt op Pasen het ijs de grond.
- Is Kerstmis vochtig en nat
  Blijven ledig zolder en vat. (7)(p.74)
- Is 't om Kerstmis niet koud,
  Dan vraagt de Winter niet veel hout. (7))p.74)
- Als 't  kindeken is geboren
  Heeft 't raapken zijnen smaak verloren. (7)(p.74)
- Sint-Antoon (17 jan) en Sint-Sebastiaan (20 jan.) die komen met het hardste van de winter aan. (4)     (p.207)
- Met Sint-Paulus' bek, legt de ekster heuren eersten stek. (Sint-Paulus' bekering valt op 25 jan.)
- Op Sint-Paulus' bekering stijgt de winter te paard, of hij breekt zijn nek met een reuzevaart.
- Lichtmis (2 februari feest van de zuivering van Maria) helder en klaar, twee winters in één jaar.
- Als te Lichtmis de zonne schijnt door 't hout, is het nog wel zes weken koud.
- Lichtmis schoon en klaar geeft een vruchtbaar roggejaar.
- Sinte Matthijs (24 of 25 februari) breekt het ijs.
- Sint-Mathijs geeft sneeuw en ijs, dan kan men verwachten, dat het zal vriezen nog veertig nachten.
- Met Sinte-Mathijs was er nog geen ijs, maar met half maart, reed men met de kar en paard over de    Dordse(Dordrecht in Ned. ?) Waard.
- Aprilse grillen.
- Pancraas, Servaas en Bonifaas, (12, 13 e 14 mei: de ijsheiligen)
   zij geven vorst en ijs, helaas!
- Einde mei, steertje van de winter.
- Margaretha's regen brengt ons geen zegen. (Sint-Margriet valt op 20 juli)
- Als Sint-Margriet in haar bed pist, regent het zes weken.
- Vorst op Sinte-Catrien (25 nov.) dan vriest het zes weken lang.

VOKSWIJSHEID

Daar is geen vrouwke zo arm
of ze maakt met Lichtmis (2 februari)
haar panneke warm.(5)(p.64)

Men bakje pannekoeken. Van geheugensteun tot volkswijsheid.

SPREEKWOORDEN

- Zich op glad ijs wagen: aan iets beginnen dat grote risico's inhoudt.
- Op oud ijs vriest het licht: iets wat een bepaalde traditie heeft, wordt gemakkelijk opgevolgd.
- Over ijs van één nacht gaan: een zaak die in haar kinderschoenen staat overnemen.

ZIJSPREUK

- 't Is te late gezeten, zei de reiger,
   en hij zat met zijn poten in het ijs gevroren.


Bibliografie

A. DE ROECK, e.a. , "Vlaamse Volkscultuur", traditioneel volksleven, Deurne/Ommen, 1982. (5)
Julien MELON, "Gouden Vruchten", Casterman, Doornik, 1914.(3)
G.A. METSERS, "Prisma spreekwoordenboek, spreekwoorden en zegswijzen", Noord- en Zuid-Nederland, Utrecht/Antwerpen, s.d.. (4)
K. TER LAAN, "Folklore en volkswijsheden in Nederland en en Vlaanderen", Het Spectrum, Utrecht, 2005. (1)
Achiel VERMEIREN, Gilbert RAVYTS, e.a., "ABC Grat Loss'n Dee", Het Lebbeeks dialect en nog 't een en 't ander, Lokeren,1986. (6)
F. YNSEN, 1942,http://horl.yolasite.com/resources/temperatuur751-2014.jpg . (2)

"Het Vlaamsche Kerstboek", Kerstnummer, Brussel, 1929. (7)

dinsdag 28 november 2017

ZEISPREUKEN

in opbouw

Alle baten helpen, zei de mug,
en zij piste in zee.

Geen nutteloze bagage, zei Simpel,
en hij hing zijn laarzen op zijn rug.

Met vragen komt ge overal, zei Klomp,
en hij vloog in de bak voor bedelarij...

Alle beetjes helpen en alle vrachten lichten, zei de schipper,
en hij smeet zijn vrouw over boord.

Iets nieuws moet er wezen, zeiden de boeven,
en zij hingen de beul aan de galg.

Gij zult winnen, zei de advocaat,
en hij sloeg op zijn broekzak.

Daar is doorzicht in, zei Stoffel,
en hij keek door een gat in de plank.

Daar speelt de duivel mee, zei Sam,
vier azen en geen troef.

Ik hou niet van dat fruit, zei Jantje,
en hij kreeg oorvijgen en muilperen.


vrijdag 24 november 2017

Duffel Spoorwegfortje "Brassserie Krone" project AUTISME



Driedimensionale tekening van de situatie van het Spoorwegfortje (WO I), aan de Mechelbaan te Duffel.
Foto uit "Gazette", promotiekrant van "Brasserie De Krone" (2017)


 De toegang tot het fort. Deze prachtige site met de "Brasserie De Krone" wordt nog genietbaarder in de herfst. Er is ook een ruime parking, zodat een toegang zonder problemen gegarandeerd is.
Foto: © H.F.E. VERMEIR


Het fort van Duffel wordt beheerd door KEMPENS LANDSCHAP.
Sinds 2009 zijn zij eigenaar van de site.
Op vier jaar tijd werd het fort beschermd als monument, gerestaureerd en herbestemd.
Daarnaast werd een overwinteringsplaats voor vleermuizen geoptimaliseerd.
Kempens Landschap kon rekenen op financiële steun van de Europese Unie, Vlaanderen, de provincie Antwerpen en de gemeente Duffel.

Naast het fort van Duffel bezit Kempens Landschap diverse ander sites in de provincie Antwerpen.
Op een boogscheut van het fort ligt het Domein  Roosendaal (St.-Katelijne-Waver) en tot dezelfde gemeente behoort de Wintertuin (deelgemeente: OLV-Waver).

Als organisatie is Kempens Landschap uniek en exemplarisch voor Vlaanderen, het is een landschapsvereniging. De domeinen worden multidisciplinair aangepakt en ontwikkelt.. De natuurfunctie ondersteunt het wonen, werken en ontspannen.

INFO/  www.kempenslandschap.be
             www.facebook.com/kempenslandschap
              www.fortduffel.be


FORT VAN DUFFEL De dwarsgang. Hier in herfstuitrusting. In de zomerperiode staat het er vol tafeltjes.
Foto: © H.F.E. VERMEIR

Binnenin vind je de stemmige "Brasserie Krone".

" Stel dat er een zomers zonnetje schijnt.
  Je zit met een glaasje cava of fruitsap of een smakelijk glas bier op dit terras.
  Je leest de krant, doet een babbeltje ...  er komt een vogeltje tussen je voeten kruimels wegpikken.

 De ober brengt je lekker geurend pasta of je kippenboutjes, je roept je kinderen, die 20 meter verder  in de speeltuin joelen.

Na het smakelijk middagmaal wensen jullie de groene omgeving nader te verkennen. Na de afrekening gaan we op pad. Ook voor fietsers is het hier een paradijs."

Fort van Duffel
Mechelsebaan 204,
2570 DUFFEL    015/69 98 59 

www.FORTVANDUFFEL.be
info@jec-dekrone.be
www.jec-DEKRONE.be

op maandag gesloten 

"De Krone", fort van Duffel. Foto: © H.F.E. VERMEIR

Heb  het gemerkt dat het personeel een beperking heeft? 
 Ja, weet je hoe dat komt?

De Brasserie is een job-ervaringscentrum voor jongeren met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS).
Het is de bedoeling deze jongeren de nodige arbeidservaring aan te bieden  zodat hun kansen op een job en het algemeen maatschappelijk welzijn verhogen.


Park Tivoli Mechelen. Huisje aan de speeltuin. Foto: uit "Gazette", promotiekrant van "Brasserie De Krone"(2017)

Vanaf 1 april 2018 komt er een cafetaria, als proefproject, die grotendeels zal uitgebaat worden door de jongeren van het project.

maandag 13 november 2017

KERMIS ... PROCESSIES ... OMMEGANGEN "Hoboken"(Brueghel) en "Watermael"(Tytgat) en één beschreven door Pol Heijns




Pieter Brueghel de Oude (ca. 1520/25 - 1569), De kermis van Hoboken / de kermis met St.-Jorisvlag,  41 x 29,7 cm, 1559-'60).
Op het vaandel boven de kroeg aan de rechterzijde staat: "Dit is de Gulde van hoboken". Men ziet  nog een vaandel met de woorden "laet de boeren haer kermis". Dit is een verwijzing naar het Edict van 1531 van Karel de Vde waarbij men probeerde kermissen  in te dijken. De kerk, waarvan het woord 'kerkmis' afkomstig is,  staat in het midden bovenaan. Daarrond is een processie gaande van Sint-Sebastiaan, de patroonheilige van de schuttersgilden.(1)(p.96)

Pol HEYNS een kermis in Vlaanderen tijdens het Interbelleum":

"Over Kermissen, processies en gilde-ommegangen"

"Op een schonen zomerdag heb ik eens een ver, oud dorp bezocht. Het was nog in de goeden tijd, toen er op de kermisdagen vlaggen op de torens staken en de echte kermisvreugde ook op de gezichten van de mensen te blinken stond. 
 De zon was van de partij, de dorpelingen hadden hun gevels gewit en hun deuren herschilderd; de grauwe grond, tussen de huizen en de 'kasseikes' van de steenweg, was opgerafeld in nette, diepe strepen, en achter alle ruiten stond, feestelijk opeengehoopt tegen de blanke gordijntjes, de bonte weelde te vlammen van allerhande kleurige bloemen. Alla, het was een kermis als een droom.
 's Morgens was de processie uit geweest. Het groene en 'freele' strooisel van struik- en bloemblaadjes lag, in de namiddag nog, op de 'straatkasseikes'.
 's Noenens natuurlijk was er lang aan tafel getoefd, van bij den twaalven tot ongeveer bij den drieën, maar dan was er overal opeens in de dikke buiken en de roodgezwollen koppen toch weer iets levends geworden, want drie uur, dat was de afspraak.
Om drie uur immers zou de gilde rondgaan, van aan de kamer tot op het schietplein onder de lange, rilde wip waarop de vogel reeds te wachten stond naar de 'felle' pijl die hem zou neerhalen.
 Zo dan, de gilde ging uit. Zij paradeerden door de straten en overal waar maar een 'gildeconfreer' woonde die herberg hield, werd stilgehouden. Het bier, dat gaatjes lekt in de hersens en bovendien zo gemakkelijk slapte en onvastigheid brengt, zelfs  in de kloekste boerenbenen, het zypelde daar in  de gebroederen, die elkaar dan maar vasthielden om des te beter vriendschap te kunnen sluiten.
 Nauwelijks echter roffelde buiten de zware gildetrom, of al de 'confreers' kwamen weer de straat op en recht, alsof zij helemaal nog niet gedronken hadden, stapten zij verderop, naar't volgend 'kappeleke' toe .."
(2)(p.211/212)



Edgard Tijtgat (1879-1957), De processie te Watermael, 1919.(3)
De kermis staat, maar 's morgens ging de processie uit en dan mochten de molens en schommels nog niet in beweging zijn.

BRONNEN

Ettore Camesa, "Pieter  Brueghel", Lekturama, Rotterdam, 1976. (1)
Paul Heyns, "Antieke Kalenderprenten", Davidsfonds, Leuven, 1945. (2)

zondag 5 november 2017

muziekinstrumenten / Lucas van Leyden / over de muzikanten / 16de en 17de eeuw / van bedelaar tot nar / Uilenspiegel




DATA
Hendrik Hondius naar Lucas van Leyden, Uilenspiegel, zwervend paar, 1520
adres: Lucas leydanus invent // HHondius excudit, 1644
opschrift: 1520 / L (bovenaan in de houtsnede)
onderkast: Dees eerste vorm is wech,
                 men vinter geen voor ons,
                 / Want een papiere druck, 
                 gelt vijftich Ducatons.
ducaat: Een muntstuk uit de zeventiende eeuw ter waarde van 5 gulden.
houtsnede
Brussel, Koninklijk Prentenkabinet, inv. S. I20099, 4°
lit: HOLLSTEIN X. p.179, nr. 159. HOLLSTEIN IX, p.88,nr. 46.

in: "Muziek en Grafiek, Burgermoraal en muziek in de 16de- en de 17de eeuwse Nederlanden",  door K. MOENS en I. KOCKELBERGH, Antwerpen, 1994, Catalogus   afb.92.

INVENTOR
Lucas van Leyden (1494 Leiden(?) - 1533 Leiden)
Burijngraveur, houtsnijder.
Leerling van zijn vader Huygh Jacobsz en van Cornelis Engelbrechtsz, bij wie hij de graveerkunst leerde.
Reisde in 1521 met Jan Gossaert naar Antwerpen. Hij ontmoette er Dürer, die hem in zijn later werk beïnvloedde.
Hij is bekend als een vroegrijpe graveur - reeds op zijn 14 jaar sneed hij volwaardige prenten - maar ook als schilder liet hij een merkwaardig, maar een beperkt oeuvre na.


BESCHRIJVING
Laat ons de prent eens van dichterbij bekijken.
Een geschoeide man speelt doedelzak, met daaraan een uitzonderlijk lange "bourdonpijp" (?)
De vrouw blootsvoets, in eerder haveloze kledij, draagt een kind op de schouder.
In totaal tellen we zes kinderen.
Eén vooraan links, geschoeid, met een uil op de schouder en een stok in de hand.
Ervoor een snuffelende hond.
Twee kinderen in een gevlochten mand op de rug van de doedelzakspeler en twee in een tuig dat over de rug van de ezel hangt.
Rechts bomen met groene takken en een verdorde tak. In de verte een burcht.
Een prent die armoezaaiers met enig begrip voor hun situatie  en hun inzet voor een beperkt inkomen en hun kinderen binnen deze moeilijke context probeert weer te geven met enig begrip.

BESPREKING
Hier wordt een arme zwervende muzikant met zijn gezin in beeld gebracht.
De symboliek speelt een grote rol, i.v.m. het instrument en een aantal elementen(slechte eigenschappen) die verwijzen naar de muzikant en zijn gezin.
De uil staat voor domheid;
De lepels in zijn hoed voor dwaasheid en mateloze  vraatzucht,
De dorre tak voor de vergankelijkheid van hun (vleselijke) liefde, vele kinderen voor hun proscuïteit;
en de doedelzak zelf die door zijn vorm zou verwijzen naar het mannelijk geslachtsdeel;

Vele vooroordelen die de afgebeelde persoon  in verband proberen te brengen met domheid, drankzucht, luiheid, oneerlijkheid, ontucht, ...

GEFORMULEERD IN VERZEN
op luiheid: "Ik ben van 't leuyaerds gild, en van de bedelklerken, /
                  Die liever spelen gaen, dan dat sy souden werken,/..."
de luie boer: "Nooit zal driftig zweet voor deze neus goed ruiken, terwijl 't de boeren lust de doedelzak                      te  bespelen"
           en   : "In Ploegh noch Spaeij en heb ick sin,
                     Soo langh ick hier mee Duijtjes win."
spaeij: spade
duijtjes: duit, kleine munt. Een duit was een Nederlandse koperen munt van geringe waarde die vooral gebruikt werd in de 17e en 18e eeuw. De duit is afgeschaft met de decimalisatie van het Nederlandse geldsysteem aan het begin van de 19e eeuw. Acht duiten waren een stuiver waard, dus gingen er 20 maal 8 = 160 duiten in één gulden.

Met welk recht werden deze mensen op deze wijze beschimpt, terwijl de heersende  kaste er op uit was om van deze armoezaaiers te profiteren.

OPMERKING
Dat hier Uilenspiegel wordt voorgesteld daar mag men aan twijfelen.
Uilenspiegel was in de oorspronkelijke Duitse tekst eerder een misdadiger.

BRON
K. MOENS en I. KOCKELBERGH, "Muziek en Grafiek, Burgermoraal en muziek in de 16de- en de 17de eeuwse Nederlanden", Antwerpen, 1994,  p.33 en  Catalogus   afb. 92.